Erfgoed als aanjager voor stedelijke regeneratie – Interview met de Egyptische architect May al-Ibrashy

Renovatie en hergebruik van historische gebouwen hebben alleen zin als ze worden ondersteund door de gemeenschap. In het werk van de Egyptische architect May al-Ibrashy staan niet de iconische gebouwen, maar de zorg voor de gebouwde omgeving in het middelpunt. Op 7 december 2022 ontvangt ze hiervoor een van de zes Prins Claus Impact Awards.

De wijk al-Khalifa in Caïro, het werkterrein van May al-Ibrashy

Als ik op een mooie nazomerdag May al-Ibrashy ontmoet in een Amsterdams hotel, is net die ochtend officieel bekend gemaakt dat ze de Prins Claus Impact Award 2022 krijgt voor haar werk met cultureel erfgoed in Caïro (Egypte). Met als gevolg dat ze eindeloos wordt gebeld met felicitaties, reden waarom ze iets te laat is. Op mijn vraag hoe het is te werken in zo’n miljoenenstad, lacht ze: “It is mad.” Maar laat ze er snel op volgen: “Je werkt waar je kunt werken. Je kunt je nu eenmaal niet met alles bezig houden.”

Na direct van school een tijdje te hebben gewerkt en lesgegeven, startte zij in 2012 het Built Environment Collective. Deze NGO stond in 2012 samen met het architectenbureau Magawra aan de wieg van het initiatief Al-Athar Lina dat zich richt op het behoud en de renovatie van historisch Caïro. Het was de tijd van de volksopstand en de Arabische lente. Het leerde haar dat je in je professionele werk een brug moet slaan met dat wat op de grond gebeurt. 

Portret van May al-Ibrashy

“Mijn basisidee was om de gemeenschap een rol te geven in het proces van behoud van erfgoed. De voordelen die de bewoners hiervan kunnen hebben, vormen de ontbrekende schakel. Als de gemeenschap baat heeft bij erfgoed, dan is ze meer betrokken bij het proces van hergebruik en renovatie. Het kan gaan om financiële, maar ook om spirituele en sociale voordelen.”

Het verbinden van erfgoed met het dagelijks leven van een gemeenschap is nieuw. Hoe kwam je hierop?

Dit kwam voort uit een reflectie op hoe wij als stedelijke professionals met erfgoed en gemeenschappen omgaan. Ook principes van sociale rechtvaardigheid en vrijheid speelden een belangrijke rol, gevoed door de Arabische lente. De tot dan toe overheersende benadering van erfgoed waarin gebouwen hoofdzakelijk als artefacten werden benaderd, voldeed niet meer in de context van Caïro.

Hoe is het om te werken in een miljoenenstad als Caïro?

‘It is mad’, zegt ze lachend. Het probleem is niet eens dat de stad zo groot is. Maar om je vraag te beantwoorden, je werkt waar je kunt werken. Je kiest een koers en daar houd je je aan. Je kunt je nu eenmaal niet met alles bezig houden.

Waar richt jouw bureau zich op?

We zijn actief in drie gebieden. De eerste is al-Khalifa (een wijk met een bevolking van 16.000 mensen), daar zijn we begonnen. De tweede is de begraafplaats al-Imam al-Shafi’i waar we vooral met behoud bezig zijn. En de derde buurt is de veel kleinere wijk al-Hattaba (2.000 inwoners). We raakten bij deze buurt betrokken, toen ze werd bedreigd met afbraak. We zijn erin geslaagd deze plannen tegen te houden, maar hebben de overheid nog niet kunnen overtuigen de wijk te regenereren en ontwikkelen.

Zijn deze gebieden door je werk zichtbaarder geworden?

Het eerste gebied dat wij als ons werkterrein kozen was veiliger en trok minder de aandacht dan andere. De wijk al-Khalifa kent een rijkdom aan erfgoed, maar is slecht onderhouden. Het gebied staat niet op de kaart van het cultureel toerisme, en maar ten dele op de kaart van spiritueel toerisme vanwege enkele altaren. 

Overigens kan cultureel toerisme veel opleveren voor de gemeenschap. Onze focus is altijd op de gemeenschap zelf gericht. Als de bewoners van hun buurt houden, dan wordt deze ook interessanter voor toeristen. Ik leg de nadruk op de mensen die er wonen. 

We zijn erin geslaagd het profiel van de wijk te versterken. We organiseren wandelingen, educatieve activiteiten rond erfgoed en een jaarlijks erfgoedevent. Ook hebben we de overheid kunnen overtuigen van de vitaliteit van deze buurt. Recent heeft ze een begin gemaakt met het opknappen van de gevels en het verharden van de belangrijkste straten.

De al-Hattaba-tuin

Erfgoed is onderhevig aan natuurlijk verval. Hoe belangrijk is de rol van de gemeenschap in het onderhouden van erfgoed?

Naast monumenten die eigendom van de staat zijn, houden we in Egypte ook lijsten van historisch waardevolle gebouwen bij. De rol van de gemeenschap bij de laatste is groot. Voorwaarde is wel dat ze het historische belang van deze gebouwen ziet en van mening is dat ze deze wil behouden. De gebouwen moeten economische waarde hebben, willen ze voor behoud in aanmerking komen. Het bevriezen van een gebouw of een stuk grond over langere tijd is zeer problematisch voor de gemeenschap.

“Het bevriezen van een gebouw of een stuk grond over langere tijd is zeer problematisch voor de gemeenschap” May al-Ibrashy

Wanneer wordt een gebouw als historisch waardevol bestempeld?

Als het jou een gevoel van ontzag en verwondering geeft. Daarbij kan het allerlei betekenissen aannemen. Zolang ze die heeft, gaat het om een gebouw van belang. Als het geen betekenissen meer kan opnemen, wordt het een artefact in het museum.

Wij willen verbindingen creëren tussen deze gebouwen en het alledaagse leven om zo de gemeenschap te laten zien dat ze deel uitmaken van het proces waarin erfgoed wordt gecreëerd. Wat we willen bereiken, is dat gebouwen uit het verleden worden gekoppeld aan wat gebeurt in het heden en de toekomst.

In hoeverre slagen jullie daarin?

Niet zoveel als we zouden willen. Caïro is een ongetemd beest. Wij zullen nooit de fysieke impact hebben die een overheidsinstantie kan bereiken. Wel kunnen wij maatschappelijk-intellectueel gezien impact hebben door een meer inclusieve omgang met erfgoed te bepleiten. Door verschillende soorten historisch erfgoed aan de orde te stellen, van de architectuur tot het dagelijkse leven en de gewoontes en tradities, proberen we een gevoel van continuïteit te creëren. We proberen gebouwen te transformeren naar meer open structuren. Ook onderzoeken we of de overheid monumenten anders kan bejegenen. Vaak slagen we daarin, vaak ook niet.

Om terug te komen op je streven om monumenten te verbinden met de bewoners, is dat ook een antwoord op de behoefte aan zorg en onderhoud van de omgeving?

Het is interessant dat je het woord zorg gebruikt. Zorg in de zin van ergens aan gehecht zijn, is voor mij erg belangrijk. Ons werk graaft diep en probeert de wortels van deze hechting te vinden en daarop verder te bouwen. 

Daarnaast heb je ook zorg in de zin van ergens goed voor zorgen en het onderhouden. Ook dat is belangrijk. Maar we verzetten ons tegen het beeld dat bewoners onwetend zijn en de waarde van hun gebouwen niet kennen. Het past in een trend waarin wordt beweerd dat de overheid geen geld hoeft te besteden aan deze buurten. Bovendien schildert het buurten slecht af, alleen omdat de bewoners arm zijn. ‘This is bollocks.’

Het Khalifa Heritage and Environment Park

In hoeverre vraagt dit proces om een nieuw stedelijk beleid?

We zijn ons zeer bewust van wat op stedelijk niveau in Caïro gebeurt. De prioriteit ligt bij de functionele behoeften van de stad, zoals wegen, bruggen en fly-overs. Nu de overheid buiten Caïro een nieuwe hoofdstad bouwt, draait alles om goede verbindingen voor het doorgaande verkeer en niet om stedelijke behoeften. Dat leidt tot wegen die in kriskras wijken doorsnijden.

Wij richten ons op wat we op een assimilatieve wijze kunnen doen in de buurt en we trachten alle krachten zo te bundelen dat we resultaten bereiken. Aan de andere kant zijn we ons bewust van wat om ons heen gebeurt. Wat op stedelijk niveau plaats vindt, vinden wij geen goede ontwikkeling. We proberen echter alle lijnen met de overheid open te houden. Deze uitdaging houdt ons voortdurend bezig. Welk standpunten gaan we innemen? Met wie gaan we praten?

Welke rol kunnen architecten spelen in de zorg en het onderhoud van woningen, gebouwen en buurten?

Het grootste probleem is dat renovatie geen onderdeel is van mainstream architectuur. Op de architectuurscholen wordt veel te weinig aandacht aan geschonken aan de praktijk van het bouwen. De focus ligt op het ontwerpen van nieuwbouw. Je leert er niet hoe je aan een bestaand gebouw kunt werken, hoe je het kunt opknappen, welke materialen je kunt gebruiken en hoe je met de constructie omgaat.

Architecten worden geconfronteerd met een stevige paradox: aan de ene kant komen ze op voor het milieu en het klimaat en willen ze non-extractief werken. Aan de andere kant komt architectuur neer op bouwen en de aarde uitputten. Zolang we niet meer de nadruk leggen op de zorg voor wat we hebben, minder op nieuwbouw en meer op behoud, zijn we veroordeeld tot hypocrisie.

“Zolang we niet meer de nadruk leggen op de zorg voor wat we hebben, minder op nieuwbouw en meer op behoud, zijn we veroordeeld tot hypocrisie” – May al-Ibrashy

De laatste honderd jaar hebben we meer gebouwd dan in de gehele tijd daarvoor. We hebben een enorme voorraad, een krachtig argument voor renovatie en hergebruik.

In Egypte staan 10 miljoen nieuwe woningen leeg en toch wordt nog altijd doorgebouwd. Als je de televisie aanzet, hoor je ontwikkelaars vertellen dat vastgoed ‘booming’ is en wat je kunt verdienen. De vastgoedsector wordt beschouwt als een sector die veel banen oplevert. Maar op deze manier ruïneren we de gebouwde omgeving en vernietigen we historische steden. Het gaat bovendien om een sector die haar aandacht verliest zodra een gebouw is opgeleverd.

Welk project vervult je met trots?

De beste historische gebouwen en buurten in Caïro liggen lager dan de rest van de stad. Je komt veel gebouwen tegen die onder water staan als gevolg van weglekkend grondwater. Dit is ook een kwestie van volksgezondheid. We hebben gezocht naar manieren om het water aan de gebouwen te onttrekken, zodat het gebruikt kan worden voor de vergroening van daken en open stedelijke ruimtes, alsmede voor industriële doeleinden.

Werken jullie ook op stedelijk niveau?

Toen we begonnen waren we erg terughoudend met werk op stedelijk niveau. We hadden geleerd dat ingrepen bestaande patronen ernstig kunnen verstoren. Als je niet weet hoe een buurt functioneert, kan zelfs een kleine ingreep essentiële dingen ruïneren.

Pas in 2016 zijn we begonnen de gehele buurt in kaart te brengen. We ontdekten dat er twee grote opgaven voor de aanpak van een buurt zijn. De ene is de infrastructuur, de andere is het afval. We hebben geprobeerd beide problemen op systeemniveau aan te pakken, aangevuld met kleine ingrepen.

Zo wilden we een vuilstortplaats omtoveren tot een voetbalveld. We vonden de overheid bereid om dit te betalen. We hebben er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat het voetbalveld wordt beheerd door de gemeenschap. Toen vond plotseling een regeringswisseling plaats en verdween dit plan dat we hadden uit-onderhandeld, in de prullenbak.

Het voetbalveld van Darb al-Husr

Wat hebben jullie de afgelopen tien jaar geleerd?

Ik vertel je wat ik vaak tegen mijn team zeg. We werken niet in deze gemeenschappen om goed te doen, maar om goed werk af te leveren. We zijn professionals en geen liefdadigheid. We hebben partners en we respecteren de gemeenschap. We werken niet om dankbaarheid of liefde te oogsten. We houden ons aan professionele maatstaven die verder gaan dan wat mensen appreciëren. We hoeven mensen niet te pleasen.

Een andere belangrijke les wordt gevormd door de buurten waarin we werken. Ook al leven de bewoners in armoede en zijn ze gemarginaliseerd, je bouwt daar op grondvesten die vaak al honderden jaren oud zijn. Je moet deze grondslagen opzoeken, de middelen mobiliseren en de investeringen van de bewoners in hun buurt respecteren. Anders zijn je plannen gedoemd te mislukken.

Wat ik ze tot slot vaak vertel is dat we op een organische wijze moeten werken. In Egypte is het echt onmogelijk om twee tot drie jaar vooruit te werken. Dat betekent echter niet, dat we ons mandaat uit het oog verliezen. Alles wat we doen, moeten we daaraan spiegelen.

Kaarten

Kaart van historisch Caïro met de drie wijken waarin het bureau al-Athar Lina werkt
Kaart van de wijk al-Khalifa
Masterplan voor de wijk al-Hattaba