Open kunstwerk – Museum Arnhem door Benthem Crouwel Architecten

Vorige maand opende het Museum Arnhem zijn deuren na een verbouwing en uitbreiding die zes jaar duurden. Benthem Crouwel Architekten maakte van het museum een open kunstwerk dat zijn identiteit ontleent aan de relatie met het stuwwal landschap en de uiterwaarden aan de overzijde van de rivier.

Uitzicht vanuit de nieuwe vleugel van Museum Arnhem, april 2022 Beeld Eva Broekema

Musea gelden voor architecten als belangrijke opdrachten. Zo merkte de Amerikaanse architect Philippe Johnson ooit op, dat zuiver esthetisch gezien een museum tot de droom van iedere architect gerekend kan worden. Ongetwijfeld heeft dit ook te maken met de enorme mediagevoeligheid die dit soort architectuur bezit.

Een museum is in de eerste plaats een plek waar kunstwerken worden bewaard, bestudeerd en gepresenteerd. Echter in de loop van de tijd zijn daar andere functies bijgekomen. Verreweg de belangrijkste daarvan is de rol die een museum in de stedelijke cultuur heeft te vervullen. Juist deze laatste bepaalt in toenemende mate de identiteit van een museum.

In 2016 won BCA (Benthem Crouwel Architecten) de prijsvraag voor de verbouwing van Museum Arnhem. Ze liet daarbij vier andere bureaus achter zich. Het ontwerp gaat uit van een renovatie van het oorspronkelijk gebouw en de toevoeging van een nieuwe vleugel. Daarbij is gezocht naar een versterking van de relatie die het museum met het landschap heeft.

Open museum

Arnhem ligt op een stuwwal aan de Rijn, met uitzicht over de uiterwaarden aan de overzijde. Anders dan in veel andere steden waar je van de aanwezigheid van het landschap weinig merkt, is in Arnhem het stuwwal landschap op veel plaatsen duidelijk zicht- en voelbaar aanwezig. Dat geldt ook voor de plek waar het museum ligt. De unieke vergezichten die het museum als vanouds op dit landschap biedt, worden gezien als ‘unique selling pointe’.

Museum Arnhem van Benthem Crouwel Architecten, met links de nieuwe uitbreiding en rechts de koepelzaal die tot hart van het museum is gemaakt Beeld Jannes Linders

Het is om deze reden dat BCA de nieuwbouw op de stuwwal heeft gelegd en niet heeft ingegraven, zoals de vier andere bureau uit de competitie deden. De nieuwe vleugel is zo gepositioneerd dat een maximaal contrast optreedt tussen de beeldentuin en het uitzicht op de Rijn. Tegelijkertijd transformeert BCA het museum van een gesloten naar een open en informeel geheel. Het is een strategie die door het bureau tot in detail is uitgevoerd.

Dit sluit aan op de opvatting van de opdrachtgever die het vorige gebouw te gesloten vond en een meer uitnodigend instituut wenste. Museum Arnhem wordt in de woorden van haar directeur een museum dat reflecteert op alles wat speelt in de samenleving. De missie van het museum om kunst en samenleving met elkaar te verbinden, keert in alles terug, van de architectuur tot de nieuwe huisstijl.

Het museum heeft afscheid genomen van een vaste opstelling van de collectie. Het hanteert thema’s bij het laten zien van kunst en kiest daarbij voor wisselend perspectieven. Thema’s als gender, klimaat en inclusivitiet zijn structureel onderdeel van de programmering. Met wisselende opstellingen wil het museum aansluiten op wat mensen in de samenleving bezig houdt.

Openingen naar het landschap

De Oude Herensocieteit uit 1872, ontworpen door architect Cornelis Outshoorn die ook het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam heeft ontworpen, is door BCA tot hart van het museum gemaakt. Dit voorheen in zichzelf gesloten en gekeerd paviljoen is door de architecten open gemaakt en biedt naar alle kanten een fascinerend uitzicht. Het is ook de plek waar je aan twee kanten het museum kunt betreden. Aan het hier gevestigde restaurant en de museumwinkel is door Studio Modijevski een geheel eigen atmosfeer gegeven.

In het oorspronkelijke door Cornelis Outshoorn ontworpen gebouw zijn nu het restaurant en de museumwinkel te vinden Beeld Jannes Linders

BCA situeerde aan de westzijde van het oorspronkelijke gebouw een lange, rechthoekige doos die aan de zijde van de Rijn uitsteekt over de stuwwal. Deze 85 meter lange doos steekt 15 meter over het landschap uit en is onder een flauwe hoek geschakeld aan de westelijke vleugel van de koepel. Voor de stalen constructie van de doos is dezelfde techniek gebruikt als in de Zalmhaventoren in Rotterdam, zij het dat deze hier horizontaal is ingezet. Met een glijconstructie op de betonnen onderbouw is een stalen vakwerk in twee stappen naar buiten geduwd.

De nieuwe uitbreiding is aan alle zijden bekleed met verschillende keramische tegels van 10×10 cm. Deze tegels zijn aangebracht in variaties van telkens twee kleuren. Door de aanwezigheid van zouten en metaaldioxiden ziet iedere tegel er bovendien anders uit. Aan de Rijnzijde zijn blauwe en lichte tegels toegepast, wat het gevoel versterkt dat de toren lijkt te zweven. Aan de straat zijde zijn beige en bruine tinten toegepast om de indruk te wekken dat het gebouw hier op de grond staat. Afhankelijk van het punt van waaruit je de nieuwbouw benadert, de stand van de zon en de overwaaiende wolken doet de doos zich steeds anders voor.

Tussenruimte als rustmoment

De architecten trekken de aanwezigheid van het landschap ook in het interieur door. De nieuwe vleugel is een afwisseling van gesloten bovenlichtzalen met tussenruimtes die leeg worden gehouden en uitzicht bieden in de richting van de Rijn. In de andere tussenruimte wordt de doos doorboord door een openbare trap naar de eerste verdieping al waar een publiek toegankelijk uitzichtpunt in westelijke richting is gemaakt.

Museum Arnhem, mei 2022 Beeld Jannes Linders

De museumzalen in de nieuwe vleugel ademen een prettige atmosfeer. Daar draagt ook de afwisseling tussen tentoonstellingszalen en tussenruimtes aan bij. De tussenruimtes bieden pauzemomenten in het museumbezoek en bemiddelen tussen de beeldentuin en de vergezichten in het verlengde, respectievelijk loodrecht op de Rijn.

Het centrale paviljoen met zijvleugels en de nieuwbouw zijn losjes geplaatst rond de beeldentuin die op basis van een ontwerp van Karres Brands opnieuw is ingericht. Deze tuin alsmede de buitentrap zijn openbaar toegankelijk. De trap kan worden gebruikt voor voorstellingen in de open lucht.

Het museum doorbreekt de trend dat een museum vooral een iconisch gebouw moet zijn om bezoekers te trekken. Ook in het oeuvre van BCA is dit een opvallend verschil met het Stedelijk Museum in Amsterdam, in de volksmond ook wel badkuip genoemd. 

Verbinding als sleutelwoord

Het museum in Arnhem wil een museum voor iedereen zijn. Verbinding is het sleutelwoord. Het wil zich verbinden met het publiek, dat niet alleen wordt gevraagd de kunst te komen bekijken maar ook actief te participeren en te creëren. Dit is verankerd in de manier waarop het museum zich in het landschap vlijt. Eerder dan de kunst die wordt getoond, vormt deze landschappelijke opzet de identiteit van het museum.

Museum Arnhem

Opdrachtgever Museum Arnhem Architect Benthem Crouwel Architects Projectteam Joost Vos, Saartje van der Made, Mels Crouwel, Maurice Korenblik, Willem Jan van der Gugten, Nihal Kol, Volker Krenz, Jerome Latteux, Femke Tophoven, Nico de Waard, Marcel Wassenaar Landschapsarchitect Karres en Brands Landschapsarchitecten, Hilversum Interieurarchitect Studio Modijefsky, Amsterdam Projectmanagement Gemeente Arnhem Adviseur constructie Pieters Bouwtechniek, Delft Adviseur installaties Nelissen Ingenieurs bureau, Eindhoven Adviseur Bouwfyscia DGMR Adviseur Museum Arnhem Dev_real estate Aannemer Rots Bouw, Aalten Installateur Alferink Installatietechniek, Groenlo Staalconstructie Rijnstaal Schuifoperatie CT de Boer Contract UAV-GC Ontwerp 2016 Oplevering 2022 Aanneemsom 18,5 miljoen Totale projectkosten 23 miljoen euro

Ontwerp Museum Arnhem

Rond de museumtuin (midden) liggen het gerenoveerde oorspronkelijke gebouw (rechts) en de nieuwe vleugel (links)
Museumtuin
Koepelgebouw
Nieuwe vleugel
Bevoorrading vanaf de straat
Bestaande en nieuwe museumzalen
Intensivering van het uitzicht
Openbare trap naar uitzichtpunt en als podium
Ligging op stuwwal