Spiegelschil tussen bezoekers en stad – Depot Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam door MVRDV

Met het deze week geopende Depotgebouw van MVRDV biedt Museum Boijmans van Beuningen bewoners en bezoekers van Rotterdam een nieuwe museale ervaring. Grote vraag is of het depot een spektakelstuk blijft of zich weet te ontwikkelen tot een collectieve ruimte waar bewoners en bezoekers actief bij zijn betrokken.

Entree van Depot in Rotterdam met kunstwerk van Pipilotti Rist Beeld Harm Tilman

Toen in 1935 in Rotterdam Museum Boijmans van Beuningen werd geopend, naar ontwerp van Adriaan van der Steur (1893-1953), paste de gehele toenmalige collectie in het museumgebouw. Op dit moment beslaat de collectie 151.000 kunstwerken met een totale waarde van 8 miljard Euro. In het Depotgebouw dat deze week voor het publiek open gaat, is de gehele collectie kunst en design toegankelijk gemaakt en krijgen bezoekers een kijkje achter de schermen van een kunstbedrijf. MVRDV ontwikkelde een sterk concept dat op knappe wijze is uitgewerkt tot een hedendaags gebouw.

Machinekamer

De meeste musea ter wereld tonen gemiddeld 10% van hun collectie, terwijl de resterende 90% aan het zicht is onttrokken. Het Depot van Boijmans heeft de ambitie haar gehele collectie kunst voor een breed publiek toegankelijk te maken. Het is dan ook geen annex of bijgebouw van het oude museum, maar in de woorden van de architect een machinekamer waarin de wereld achter het bewaren en onderhouden van kunstwerken wordt getoond. Het Depot eist daarmee zelfbewust een rol op. Het bestaande museum is de komende jaren gesloten voor renovatie en is vooralsnog niet meer dan een herinnering, een weerspiegeling op de schil van het Depot.

Een bezoek aan het Depot biedt een ervaring die voor hedendaagse stedelingen aansluit op hun verblijf in geklimatiseerde zones, zoals kantoren, woningen, hotels, beursgebouwen en theaters. De temperatuur in deze ruimtes is aangenaam, maar de ramen kunnen vanwege de klimaatregeling niet open. De frisheid van de invallende nacht, de geur van planten en bomen, de stadsgeluiden dringen in de binnenruimtes niet of nauwelijks door.

Het depot is een machinekamer die de wereld achter kunstwerken toont Beeld Ossip van Duivenbode

Ook om een andere reden is machinekamer een goede metafoor. Machinekamers huisvesten de apparatuur en machines die nodig zijn voor de algehele werking van een faciliteit. Ze moet daarom voldoen aan twee fundamentele kenmerken. Dat is aan de ene kant de regulering van de personen die toegang krijgen tot de voorziening, anderzijds het handhaven van de juiste klimaat- en algemene omstandigheden in het interieur.

Klimaat en toegankelijkheid

Om met dat laatste te beginnen: de kunstwerken zijn gerangschikt op basis van hun afmetingen en strenge klimaateisen. Je zult in het depot dus bijvoorbeeld niet een surrealistische afdeling aantreffen, of een zaal met alle schilderijen van Salvador Dali. Dit museum mikt op het bieden van een compleet nieuwe ervaring. Doordat oude en nieuwe kunstwerken zich naast elkaar bevinden, nodigt dat uit tot het leggen van nieuwe verbanden; een beetje zoals beelden voorbijkomen op Instagram.

Geklimatiseerde opslag Beeld Ossip van Duivenbode

Lucht is een essentieel gegeven in de machinekamer van het Depot. Voor de kunstwerken is de conditionering van de binnenwereld uitermate belangrijk. De schil speelt hierin een grote rol. Zij scheidt de lucht van exterieur en interieur. In het depot worden bezoekers niet meer blootgesteld aan lucht van buiten. De gezuiverde lucht in het interieur is het pendant van de Rotterdamse lucht aan de buitenzijde, inmiddels de op vier na meest vervuilde ter wereld.

Daktuin Beeld Ossip van Duivenbode

Het binnen afgesneden zijn van het klimaat, wordt buiten gecompenseerd op het dak, waar een complete tuin is ingericht. Het past in een trend waarin aan gebouwen natuur wordt toegevoegd, zoals bijvoorbeeld in Milaan. Het dakbos bestaat  uit 75 berken, 20 dennen en tal van grassen warvan de wortels horizontaal zijn vervlochten. Dit bos moet helpen het water vast te houden, de biodiversiteit te bevorderen en de hittestress te verminderen. Met behulp van valschermen en dakopbouw is het bestand gemaakt tegen al te heftige valwinden.

Regulering van gedrag

De bolle entreedeuren van het Depot openen als bus- of vliegtuigdeuren en zijn speciaal voor de gelegenheid ontworpen. De entree ruimte is ontworpen door John Körmeling. Met een extra vloer die vrij staat van de schil ven het gebouw, is hij erin geslaagd de vloer zo vrij mogelijk te houden. Vanuit deze entreeruimte voeren trappen en liften de bezoekers naar de zes bovenliggende verdiepingen. Het is de take-off voor hun reis door het museum.

Entreeruimte door John Körmeling Beeld Harm Tilman

De vloeren worden ontsloten vanuit een centrale vide die door de architect is ontworpen als een panopticum dat vanaf alle kanten zicht geeft op de kunst in de opslag. Blikvangers in dit atrium zijn de grote trappen die kriskras door de ruimte schieten, met de inmiddels wat sleetse referentie naar de beroemde tekeningen van G.B. Piransei. Minstens zo opvallend zijn de grote vitrinekasten die verticaal en horizontaal in het atrium zijn aangebracht en zijn ontworpen door Marieke van Diemen.

Atrium met verkeersruimte en vitrinekasten door Marieke van Diemen Beeld Harm Tilman

Op de zesde verdieping bevindt zich het door Concrete ontworpen restaurant, onder een spiegelend plafond en met lange klaptafels. Uitgeklapt leveren deze een zaal met tafels op waaraan mensen eten en drinken. In ingeklapte (of eigenlijk opgerichte) toestand vormen ze een klein theater met uitzicht over de stad. Tegenover de benedenverdiepingen die zwaar en donker aanvoelen, is de sfeer in deze ruimte licht en genereus te noemen.

Het restaurant met klaptafels op de zesde verdieping, een ontwerp van Concrete Beeld Ossip van Duivenbode

De bezoekers wordt zo een piste geboden, waarin iedereen in principe zijn eigen tentoonstelling kan samenstellen. Wat het Depot leert is dat een museum nier meer is om langs en in een vaste opstelling doorheen te dwalen, maar een traject vormt dat je stuurt in je bewegingen. De bezoekers van het Depot zijn reizigers, geen flaneurs.

Ligging in de stad

Het Depot is een groot, rond gebouw waarin de gehele omgeving zich weerspiegelt. Het heeft een relatief kleine footprint en bolt sterk naar boven toe uit. De overstek bedraagt uiteindelijk tien meter. Zeker vanaf dichtbij biedt het Depot op voorbijgangers een overweldigende ervaring. Qua stedelijke ambitie laat het Depot zich vergelijken met de “Stadtkronen” die de Duitse architect Bruno Taut in het Interbellum van de vorige eeuw ontwierp, of het Crystal Palace van Joseph Paxton dat het spectaculaire middelpunt van de wereldtentoonstelling van 1851 was.

De komvorm is een alternatief voor de tafelvorm waarin MVRDV in 2007 het Depot wilde gieten. Deze tafel zou 35 meter hoog worden, 100 meter lang en 60 meter breed. De kunstwerken, niet alleen van Boijmans maar ook van private verzamelaars, zouden worden opgeslagen in het tafelblad (met een totaal vloeroppervlakte van 13.000 m2), te bereiken via snijpunten in de vier poten van de tafel. Het Depot zou tegelijkertijd functioneren als een monumentaal dak boven een stedelijke plaza. In de verbeelding zou dit plein uitgroeien tot een stedelijke dansvloer.

Depot Boijmans van Beuningen in Rotterdam door MVRDV Beeld Ossip van Duivenbode

Dergelijke functies keren in het Depot teug, zij het op andere wijze. De komvorm is uitgerust met een bolle, spiegelende gevel die een gevoel van oneindigheid oproept. De tuin, de skyline en de lucht, de gehele omgeving keren er in wisselende gestalten in terug. Het gebouw is daarmee eerder onderdeel van het park dan van de stad, en eerder schatplichtig aan de digitale dan de analoge samenleving. Anders dan het passieve museum (dat verderop ligt te wachten op verlossing) doet het Depot zich voor als een actieve omgeving die de bezoekers uitdaagt te handelen. De spiegelende kom voegt zich letterlijk tussen bezoekers en stad.

Stad en depot 

Voor de gemeente Rotterdam vormt het Depot een publiekstrekker van jewelste. De Rotterdamse wethouder Said Kasmi roemt het “nu al iconische depot” als een plek om op een laagdrempelige manier kunst te zien en als een plek om te genieten van bijzondere architectuur. Ook het spectaculaire uitzicht vanaf het dakterras met restaurant speelt een rol in de toerisme formule.

Het Depot past daarmee in een trend die je ook in andere wereldsteden terugziet. Terwijl aan de ene kant de woningprijzen zo hard stijgen dat voor steeds meer mensen een woning in de stad niet meer haalbaar is en ze de stad uit worden gejaagd, proberen steden aan de andere kant met behulp van de inzet van spektakelstukken bezoekers naar de stad te trekken. MVRDV is als bureau behoorlijk succesvol binnen deze economie.

Zo werd in London deze zomer een kunstmatige heuvel (The Mound) van haar hand geopend: een betaalde attractie die het winkelende publiek terug moet brengen naar Oxford Street. In 2016 trok Rotterdam een zomer lang bezoekers uit binnen en buitenland met behulp van een grote trap van 29 meter hoog en 57 meter lang die tegen het Groothandelsgebouw was opgetrokken. Ook deze was door het bureau ontworpen. Blijkbaar weet MVRDV de behoeften en verlangens van de bewoners uit de machinestad vakkundig te lezen.

Trap voor het Groothandelsgebouw in Rotterdam door MVRDV, 2016

Alle objecten zijn enig in hun soort en lijken nergens op andere. Ze vertegenwoordigen dan ook niet een stilistische ontwikkeling, maar vloeien voort uit het financiële pragmatisme dat tegenwoordig in vrijwel alle steden de toon zet. Doel ervan is bezoekers aan te trekken en hen een unieke ervaring te bieden. Zo moeten de gebouwen “instagrammable” zijn en een decor bieden voor selfies. Op dit laatste worden tegenwoordig zelfs al gespecialiseerde, interactieve musea ingericht. Ofschoon ze de top tien van “most instagrammable sites” ter wereld voorlopig niet zal halen, worden bezoekers op dit onderdeel goed bediend in het Depot.

Boeiende tussenruimte

Gezien alle publiciteit in de aanloop naar en de opening van het Depot, zal het gebouw de eerste jaren ongetwijfeld een publiekstrekker van formaat blijken te zijn. Ondanks de hoge toegangsprijzen zal het publiek zijn weg naar het Depot weten te vinden. Of deze belangstelling zich laat bestendigen, zal afhangen van de vraag op welke manier directie en staf van Boijmans het Depot gaan bespelen en programmeren.

Het Depot levert een strijd op twee fronten: ze wil zich verbinden met de stad en ze wil de contacten tussen mensen intensiveren. De fysieke relatie met de kunstwerken is daarbij essentieel. Het Depot zal hopelijk uitgroeien tot een plek waar bezoekers zich duurzaam verbinden en geen genoegen nemen met vluchtige en voorbije contacten.

Het Depot is niet een publiek gebouw in traditionele zin. Eerder is het een nevenschikking van collectieve ruimtes waarbij bezoekers actief betrokken kunnen zijn. Tegenover de uitgestrektheid van de stad, gevangen tussen segregatie en spektakel, vormt het interieur een boeiende tussenruimte waarin de bezoekers verschillende plekken en werken vinden. Het is een gedurfde poging om de stad te vernieuwen. Alleen de tijd zal leren hoe geslaagd die is.

Depot Boijmans Van Beuningen in Rotterdam 

Opdrachtgever Museum Boijmans Van Beuningen, Stichting De Verre Bergen, Gemeente Rotterdam Architect MVRDV Ontwerp Winy Maas Partner Fokke Moerel Projectteam Sanne van der Burgh, Arjen Ketting, Fedor Bron, Gerard Heerink, Elien Deceuninck, Jason Slabbynck, Rico van de Gevel, Marjolein Marijnissen, Remco de Haan Prijsvraagteam Sanne van der Burgh, Marta Pozo, Gerard Heerink, Elien Deceuninck, Saimon Gomez Idiakez, Jose Ignacio Velasco Martin, Jason Slabbynck, Mariya Gyaurova, Lukasz Brzozowski Strategie & Ontwikkeling Jan Knikker, Irene Start Visualisatie Antonio Luca Coco, Matteo Artico, Carlo Cattó Aannemer BAM Bouw en Techniek Adviseur constructie IMd Raadgevend Ingenieurs Adviseur bouwkosten BBN Adviseur installatiens: RHDHV Adviseur façade ABT Adviseur bouwfysica Peutz Landschapsarchitect MTD Landschap architecten Ontwerp restaurant Concrete Kunstwerken John Körmeling (lobby), Marieke van Diemen (atrium), Pipilotti Rist (lichtinstallatie) Vloeroppervlakte 15.000m2 Programma Publiek toegankelijke opslag voor kunst en design, restaurant en openbare ruimte Ontwerp 2013 Start bouw 2017 Oplevering 2021 Fotografie Ossip van Duivenbode, Aad Hoogendoorn en Iris van den Broeke 

Tekeningen

Situatie
Begane grond, uitsnede over entreezone (rechts) en meldkamer (links)
Doorsnede
Concept duurzaamheid Depot