Wonen in het antropoceen – Sluishuis in Amsterdam door Bjarke Ingels Group en Barcode Architects

Op de kop van Steigereiland in Amsterdam zal het indrukwekkende Sluishuis niemand ontgaan. Behalve dat het opvalt, speelt dit bouwwerk ook optimaal in op de plek. Sluishuisis een grensverleggend gebouw door de ervaringen die het biedt aan het wonen in hoge dichtheid.

Blik vanuit hof naar IJ, hoogspanningsleiding en Durgerdam Beeld Ossip van Duivenbode

Wie over de Ennëus Heermabrug de wijk Steigereiland van IJburg inrijdt, kan Sluishuis amper ontgaan. Deze imponerende landmark is ontworpen door BIG (Bjarke Ingels Group) en Barcode Architects. Met dit gebouw van elf verdiepingen is echter meer aan de hand dan op het eerste gezicht lijkt. Aan de bijzondere sculpturale vorm liggen strakke mathematische regels en een strikte geometrische ordening ten grondslag. Ook de formele taal en de organisatie van het gebouw zijn nauwkeurig vastgelegd. 

Tegelijkertijd prikkelt Sluishuis de gewaarwording van bewoners en bezoekers. Dirk Peters van Barcode Architects rept in dit verband van creatief rationalisme dat typerend is voor het werk van het Rotterdamse bureau. Met dit rationalisme neemt Barcode krachtig stelling tegen het individualisme dat tegenwoordig heersend is en zoekt ze opnieuw aansluiting bij een architectonische cultuur die zich onderscheidt door heldere en sterke principes.

Lieve uitvraag

Na een voorselectie schreef de gemeente Amsterdam in 2016 onder negen bouwteams een tender uit voor een gebouw met gemengde functies. De uitvraag repte van een iconisch gebouw dat Steigereiland zou verbinden met het historische centrum van Amsterdam. Gevraagd werden 380 energieneutrale woningen, 4000 m2 commerciële en publieke ruimte en een haven met dertig ligplaatsen voor woonboten. 

Directeur Hans Meurs van VORM Ontwikkeling spreekt van een “lieve“ uitvraag. Immers niet rendement en opbrengst stonden centraal maar duurzaamheid en kwaliteit. Om optimaal op deze uitvraag in te spelen, stelde de ontwikkelaar een breed projectteam samen, waarin naast VORM ook BIG, Barcode Architects en Besix zitting namen. Alleen zo konden volgens Meurs de grote uitdagingen van dit project worden aangepakt: het idee in de ontwerpfase, de ontsluiting en de uitkraging van het blok en tot slot de hele engineering van het project. Juist deze brede definiëring van het opdrachtgeverschap heeft in grote mate aan het succes van dit project bijgedragen.

Een andere factor was de succesvolle samenwerking tussen de Bjarke Ingels Group en Barcode Architects. De laatste functioneerde niet als het technische uitwerkingsbureau van de gelauwerde internationale ster-architect, maar greep de kans om een gelijkwaardige samenwerking aan te gaan. Het gegeven dat Bjarke Ingels en Dirk Peters bij OMA hun sporen hebben verdiend en elkaar goed kennen, speelde hierbij ongetwijfeld een rol. Ingels maakt hier expliciet gewag van. Ook kennen beide bureaus een vergelijkbare manier van werken.

Stedelijk bouwblok

Meer nog dan een opvallend gebouw, zoekt Sluishuis aansluiting op de rijke traditie van het stedelijke bouwblok in de gemeente Amsterdam. Ze neemt deze echter niet klakkeloos over. Het onderscheid met de meeste blokken die je in Amsterdam vindt, is dan ook best wel groot. Het laat onbewust zien dat het bouwblok een vorm is die steeds opnieuw gebouwen met nieuwe functies kan voortbrengen.

Aan de IJ-zijde is de onderkant van het havenblok weggesneden. Beeld Ossip van Duivenbode

Het gesloten bouwblok van Sluishuis is op de hoeken geopend. Aan de zijde van de haven is de onderkant van de hoek weggesneden. Het bouwblok krijgt zo een opening, door de ontwerpers aangeduid als ‘haaienbek’. Ze doet denken aan een havenmonding, maar evengoed aan het gat waardoor je een roro-schip binnengaat. Via deze havenmonding is het bouwblok toegankelijk voor boten en is uitzicht gecreëerd voor de bewoners van de appartementen. Aan de buitenzijde van het blok bevinden zich aanlegsteigers voor woonboten en andere vaartuigen. 

Aan de landzijde is de bovenkant van het bouwblok afgesneden. Beeld Ossip van Duivenbode

Aan de andere, stadse zijde is de bovenkant van het blok weggesneden bijna tot aan straatniveau. Aan deze zijde bevinden zich de gestapelde terrassen van de appartementen. Deze worden doorsneden door twee kaarsrechte, publiek toegankelijke trappen naar het dak. Deze sluiten aan op de promenade over de aanlegsteigers en voeren naar de omloop op het dak met uitzicht over het IJ.

Verankering aan de plek

Sluishuis laat zich goed vergelijken met andere icoon-gebouwen die de laatste jaren in de havengebieden van Amsterdam zijn verrezen, zoals de Pontsteiger, de Silodam of The Whale. Er is echter één groot verschil. Anders dan deze ‘aliens’ of ‘specials’, is Sluishuis sterk verankerd aan de plek. Het kan nergens anders staan, althans niet in deze vorm. 

Met de opzet van oplopende en aflopende volumes spelen de ontwerpers maximaal op de plek in. Bjarke Ingels verwoordt het beeldend: naar de stad toe knielt het gebouw in een uitnodigend gebaar, naar het water toe staat het op. Het hoog oprijzende volume kent associaties met een schip, of in dit geval met een cruiseschip. De voorsteven ervan is gericht op het noordwesten. Dat belooft nog wat bij de te verwachten voorjaarsstormen. 

Dirk Peters die op het idee van de imposante wateropening kwam, is tevreden met dit bijzondere resultaat. “Het doel was om het gebouw te verankeren met de plek en een unieke relatie te geven met het waterlandschap. Ik tekende een rode lijn op de kleine blauwe foam maquette en zei tegen de projectleider, snijd die hoek er eens af. Deze ingreep werd door BIG direct omarmd. Ook de opdrachtgever gaf zich gelijk gewonnen. Nog bijzonderder: vijf jaar later is het ook zo gebouwd.”

Leven in hoge dichtheid

Grootste verrassing van Sluishuis is de binnenplaats, een door getrapte aluminium gevels ingekaderde ruimte waarin je over de binnenhaven en het IJmeer uitkijkt en in de verte de huisjes van Durgerdam ziet. Wanneer je vanaf de woonstraat over de toegangsbrug deze ruimte betreedt, kun je niet anders dan onder de indruk zijn. Deze formeel sterk bepaalde ruimte daagt gebruikers uit om zich te verhouden tot de omgeving. 

Het ontwerp heeft veel weg van een droombeeld. Dit effect wordt in hoge mate versterkt door de aluminium gevels die niet alleen de lucht maar ook het water weerspiegelen. Het aantal indrukken is zo intens dat vorm en materiaal beginnen samen te vallen. Als individu sta je hier niet tegenover een omgeving die een neutrale achtergrond vormt. Je bevindt je op een ontmoetingsplaats, een plek waar allerlei soorten van uitwisseling mogelijk zijn.

De grenzen tussen gebouw en omgeving zijn daarmee effectief verlegd. Sluishuis leeft niet van het contrast tussen een individu en de onmetelijkheid van de zee. Mensen maken deel van een verzadigde omgeving en zijn daarin vertegenwoordigd. In de hof is een ervaring gecreëerd die inherent is aan het wonen en leven in hoge dichtheid.

De hof daagt gebruikers en bewoners zich te verhouden tot het milieu. Beeld Ossip van Duivenbode

Blok in haven, haven in blok

Symbiose noemt Bjarke Engels dat, het is een van de technieken waarmee hij de wereld vorm geeft. Met haar vermogen tot vormgeving kan de architectuur verder gaan dan dat wat wordt gevraagd en kan ze trachten de wereld te maken zoals we wensen dat ze zal zijn. Volgens deze visie dient een architect in de woningbouw iedere kans aan te grijpen voor het creëren van een kader dat “meer uitnodigend, boeiender en meer dienstbaar voor het publiek (is) dan de status quo”.

Het is een strategie die doet denken aan het ‘huis in het huis’-principe van de Duitse architect O.M. Ungers. In dit geval vormt het hybride gebouw een woonblok in de haven, terwijl omgekeerd de haven in het interieur van het blok terug te vinden is.

Het woonblok in de haven is een vorm die zich van de buitenwereld afsluit en daarin een interieur maakt. In deze ruimte ontmoeten bewoners en bezoekers elkaar, kan er gezwommen worden en kun je elkaar treffen. Dit interieur is de buik van het schip dat overal kan liggen en geen vaste relaties kent met de plek.

Een passende metafoor voor het exterieur van Sluishuis is wellicht die van een tent waarvan de tentstokken (palen) in de bodem zijn gestoken. Door de plaatsing ervan op deze plek neemt het bouwwerk zijn vorm aan.

Woningen, gevels en ontsluitingen

In het blok zijn 442 woningen opgenomen, zo’n 60 meer als in het prijsvraag ontwerp waar nog sprake was van 380 woningen. Van deze zijn 73 koop appartementen, de rest wordt verhuurd in de vrije sector. De woningen variëren van kleine studio’s van 38 m2 tot penthouses van 160 m2. De woningen liggen aan weerszijden van binnencorridors die over de volle lengte van het blok doorlopen. Zichtbaar is dat aan de binnenzijde van de havenmonding, waar zich de ramen bevinden van de appartementen en de gang daartussen.

De gevels aan de havenzijde zijn bekleed met panelen van ongeanodiseerd aluminium. Samen met het glas zorgen zij voor het spel van flonkering en weerspiegeling dat kenmerkend is voor havengebieden. Deze gevels kennen een strak ritme van balkons van glas en staal. Opmerkelijk zijn de fraai gedetailleerde onderkanten van deze balkons, die zorgvuldig aansluiten op het patroon van aluminium panelen. Aan de kant van de stad zijn de gevels van de terrasappartementen bekleed met verduurzaamd douglas hout.

Het blok wordt ontsloten aan de landzijde via een brug die aansluit op de corridor naar de hof. Op dit punt vestigen zich een restaurant en een watersportschool en lopen de twee publiek toegankelijke trappen omhoog naar het dak. Op de omgang daar hebben de eerste buurtfeesten al plaats gevonden, zo bleek bij de bezichtiging van het gebouw. Over beide trappen lopen de bezoekers pal naast de terrassen van de aangrenzende appartementen. Aan een zijde kunnen ze zelfs de terrassen opstappen. Ook dit versterkt de ‘community’ die zich in dit gebouw zal ontstaan.

Gebouw en omgeving

Constructief gezien bestaat het gebouw uit twee onderdelen: het gebouw met de oplopende terrassen en het vijftig meter uitkragende gebouw. De vloeren en wanden van het terrassen-gebouw zijn in het werk gestort. De cantilever heeft de vorm geregen van een dubbele betonwand die gefundeerd is op een drukpoer die in evenwicht wordt gehouden door een trekpoer aan de achterzijde. De bouw ervan was een waagstuk en laat zich lezen als een spannend jongensboek.

Aan Sluishuis ligt een stevig programma van duurzaamheid ten grondslag, zodanig dat het gebouw meer energie opwekt dan het gebruikt. Tegelijkertijd is de architectuur in dit streven naar duurzaamheid verankerd. Dat keert terug in de relatie van het gebouw met de omgeving. In Sluishuis word je ondergedompeld in een wereld zonder begrenzingen. In die zin is het een antwoord op de verstoring die de klimaatverandering teweeg heeft gebracht. Het uitzicht op het IJmeer, hoogspanningsmasten en Durgerdam laten zien dat de natuur niet meer tegenover de stad staat, maar dat beide in elkaar lijken op te gaan.

Sluishuis in Amsterdam IJburg

Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Ontwikkelaar BESIX Real Estate Development, Sint-Lambrechts-Woluwe (B) en VORM Ontwikkeling, Rotterdam Architect Bjarke Ingels Group (BIG), Kopenhagen (DK) en Barcode Architects, Rotterdam Landschapsarchitect Bjarke Ingels Group (BIG), Kopenhagen Adviseur constructie Van Rossum Raadgevende Ingenieurs, Amsterdam Adviseur Geotechniek Crux Engineering, Delft Adviseur bouwfysica Buro Bouwfysica, Capelle aan den IJssel Adviseur duurzaamheid Klimaatgarant BV, Schiedam Adviseur installaties DWA, Gouda Aannemer Bouwcombinatie BESIX Nederland, Dordrecht / VORM, Rotterdam Programma 442 appartementen, 234 ondergrondse parkeerplaatsen, 34 woonbootkavels, 54 aanlegplaatsen voor plezierboten, 1000 m² horecagelegenheid, 112 m² commerciële ruimte, gedeelde daktuin, gedeelde binnentuin Omvang 49.000 m² (inclusief ondergrondse parkeergarage) Locatie Haringbuisdijk, 1086 VA Amsterdam Ontwerp 2016 Oplevering 2022

Tekeningen

Sluishuis, begane grond
Sluishuis, vierde verdieping
Sluishuis, achtste verdieping
Sluishuis, doorsnede over landzijde
Sluishuis, doorsnede over Ij-zijde